Platform voor de gemeente

Molenlanden

 


Voor de overheid was dat aanleiding om deze eigen bijdrage te veranderen. Eén vast abonnementstarief eigen bijdrage Wmo, ongeacht inkomen en ongeacht de hoeveelheid ingezette zorg en ondersteuning. Deze is in 2019 al ingegaan, waarbij burgers per 4 weken € 17,50 eigen bijdrage betalen, maximaal €19,- per maand. April jl. is dit voorstel aangenomen. In 2020 gaat de nieuwe werkwijze volledig in.


De gemeenten Gorinchem en Molenlanden hebben samen met Zedje en de andere adviesorganen onderhandeld over de voorgenomen wijzigingen ten aanzien van de Wmo. Na een tussenrapportage en een adviesaanvraag worden de voorstellen met wijzigingen naar de Colleges verstuurd.


Zedje heeft, daar waar nodig, een reactie gegeven op de voorstellen.

 

Huidige situatie : Stand van Zaken


Enkele maatwerkvoorzieningen zijn uitgezonderd van het betalen van een eigen bijdrage via het CAK. Dit geldt voor personen tot 18 jaar en rolstoelen (wettelijk geregeld), collectief vervoer (MolenHopper), sportvoorzieningen, verhuiskostenvergoeding en woonvoorzieningen (lokale keuzes).
Daarnaast hoeven op grond van de wet meerpersoonshuishoudens, die nog niet AOW-gerechtigd zijn, geen eigen bijdrage te betalen. Ook hoeft men geen eigen bijdrage voor de Wmo te betalen als men deze al betaalt op grond van de Wlz (Wet langdurige zorg).


Betrekken adviesorganen


De beleidskeuzes worden proactief besproken met de adviesorganen sociaal domein alvorens een definitief voorstel aan college en raad worden voor te leggen. Deze tussenrapportage wordt in de laatste maanden van 2019 vervolgd. Wij zullen u op de hoogte houden van de verdere ontwikkelingen.

De volgende onderwerpen werden besproken:

1. De keuze om wel/niet een eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen te vragen.

Toelichting:
Op basis van het bestaand beleid betalen cliënten een eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen. Met die eigen bijdrage spreken we cliënten aan op een stukje eigen verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd is het een prikkel voor kostenbewustzijn van gebruikers van voorzieningen. Een eigen bijdrage kan een remmend effect hebben op het gebruik van Wmo-voorzieningen. Los nog van de aanzuigende werking en financiële gevolgen die daaruit voortvloeien.
Uitgangspunt is om de uitvoering van de Wmo betaalbaar te houden.

Advies van Zedje:
Een eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen te blijven vragen.
Dit advies wordt ondersteund met de kanttekening dat het – als het een wijziging inhoudt voor een bepaalde groep – dat de bijdrage enkel geldt voor nieuwe cliënten.
Gemeenten voeren hier vaak aan dat een eigen bijdrage zorgt voor kostenbewustzijn bij de cliënt/inwoner. Volgens de adviesorganen is dat niet in alle gevallen een steekhoudend argument. Iemand met een beperking of handicap is zich doorgaans al zeer bewust van alle kosten (en afname van inkomsten/vergoedingen).
Aandachtspunt blijft de (verwachte) aanzuigende werking. Momenteel ontvangen de adviesorganen veel signalen over. Dit leidt mogelijk tot ondoelmatige inzet van middelen t.b.v. inwoners die de ondersteuning voorheen zelf konden bekostigen.
Het is van belang om dit te volgen en waar mogelijk maatregelen te nemen.

2. Wel/niet kiezen om via de eigen bijdrage minimabeleid voeren.

Toelichting:
Gemeenten kunnen een inkomensgrens bepalen waaronder geen eigen bijdrage verschuldigd is. Binnen het bestaand beleid hebben we daar niet voor gekozen. Voor zover niet behorend tot een uitzonderde categorie of voorziening betalen alle Wmo cliënten een eigen bijdrage.


Verder hebben gemeenten de mogelijkheid op basis van het landelijk uitvoeringsbesluit om in specifieke situaties de eigen bijdrage op nul euro vast te stellen voor individuele cliënten. Denk daarbij aan cliënten met onvoldoende betaalvermogen/schuldproblematiek of wanneer een eigen bijdrage kan leiden tot zorgmijding. Die mogelijkheid wordt in de uitvoeringspraktijk niet of nauwelijks benut.
We geven op andere wijze uitvoering aan minimabeleid. We doen dat via de Regeling meerkosten voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Op grond van deze regeling kunnen inwoners met een inkomen onder de 120% van de bijstandsnorm met een zorgindicatie (waaronder Wmo) aanspraak maken op een jaarlijks bedrag van € 350,00. Avres voert deze regeling uit.

Bovendien bieden we, ook via Avres, voor deze doelgroep een collectieve zorgverzekering aan waaruit eigen risico en de eigen bijdrage Wmo kan worden gecompenseerd (gemeentepolis).
Met deze regelingen worden Wmo cliënten gecompenseerd. Dat maakt het niet nodig om ook nog eens minimabeleid te voeren door inkomensgroepen vrij te stellen van betalen van eigen bijdragen.

Advies van Zedje:
Geen minimabeleid voeren via het abonnementstarief, omdat het landelijk uitvoeringsbesluit al de mogelijkheid biedt om individueel geen bijdragen te innen en mede vanwege de beschikbare regelingen via Avres (Regeling meerkosten van chronisch zieken en mensen met een beperking en een Collectieve zorgverzekering).
Zedje is voor het handhaven van de bestaande regelingen en daarnaast pleiten wij ervoor om inwoners met een inkomen onder de 120% vrij te stellen van de eigen bijdrage Wmo. Er is namelijk al zo’n stapeling van kosten. Ook pleiten zij ervoor dat Avres en/of de gemeenten de regelingen meer onder de aandacht brengen.

3. Wel/niet kiezen voor een lager abonnementstarief voor alle cliënten van de Wmo dan het landelijk geldende tarief van €19,00 per maand.

Toelichting:
Gemeenten kunnen ook kiezen voor een lager maandtarief. Dat geldt dan voor alle cliënten voor alle voorzieningen. De overwegingen om dit wel of niet te doen zijn niet anders dan zoals genoemd onder 1. Ook hier geldt dat er compenserende regelingen zijn zoals genoemd onder 2.

Advies van Zedje:
Geen lager abonnementstarief hanteren voor alle Wmo cliënten.

4. Wel/niet kiezen om voor bepaalde maatwerkvoorzieningen geen eigen bijdrage te vragen.

Toelichting:
Wettelijk zijn de volgende maatwerkcategorieën uitgesloten van het betalen van de Wmo bijdrage:

  • Rolstoelen;
    Cliënten, uit een meerpersoonshuishouden, waarvan één jonger dan AOW-   leeftijd;
  • Cliënten jonger dan 18 jaar;
  • Cliënten die al een eigen bijdrage betalen op grond van de Wlz.

Op basis van ons lokaal beleid:

  • Collectief vraagafhankelijk vervoer (Molenhopper).
    Deze gebruikers betalen wel een ritvergoeding. Die betaling gaat buiten het CAK om.
  • Sportvoorzieningen.
    Gebruikers van sportvoorzieningen betalen geen bijdrage vanuit de achterliggende gedachte om sporten te stimuleren, ook voor mensen met een beperking;
  • Verhuiskostenvergoeding.
    Met het uitsluiten van de verhuiskostenvergoeding worden geen extra obstakels opgeworpen om verhuizen te stimuleren bij forse woningaanpassingen. Daarbij komt dat het een tegemoetkoming betreft. Het is dan niet logisch om een eigen bijdrage op te leggen;
  • Woonvoorzieningen (alleen Molenlanden).
    Toepassing van een eigen bijdrage waren met name in de uitvoering complex. Daarbij was er een forse samenloop met andere voorzieningen waar al een bijdrage voor gold. Intussen is de uitvoering vereenvoudigd. Alles overziende is er in feite geen doorslaggevend argument om woonvoorzieningen uit te zonderen en moet dit opnieuw worden afgewogen.

Advies van Zedje:
Hier zijn meerdere mogelijkheden. Verschillende voorzieningen worden op grond van de huidige verordening al uitgezonderd. Molenlanden overweegt een eigen bijdrage voor woonvoorzieningen (aanpassingen, hulpmiddelen, trapliften, etc.) in te voeren. Dit is nu nog uitgezonderd. De adviesorganen geven aan dat als dat wordt ingevoerd, dit alleen voor nieuwe woonvoorzieningen mag worden toegepast.
Daarnaast overweegt de gemeente Molenlanden de individuele (rolstoel-) taxivergoedingen uit te zonderen. Dit gaat om enkele cliënten, die vanwege hun beperking geen gebruik kunnen maken van de MolenHopper. Gebruik van de taxi is op declaratiebasis (waarbij soms ook maanden niet wordt gereisd), waardoor opleggen van een eigen bijdrage achteraf gecompliceerd is (en vaak heeft men al andere Wmo-voorzieningen met een eigen bijdrage).
Zedje stelt voor om bij de Pgb verstrekkingen volledig af te zien van een eigen bijdrage. Gebruik van een Pgb is voor de gemeente goedkoper en dat wil je stimuleren. Opleggen van een eigen bijdrage is dan contraproductief.

5. Er wel/niet voor kiezen dat bij een woningaanpassing voor een minderjarige, waarbij de ouder bijdrageplichtig is.

Toelichting:
Wettelijk is dit toegestaan, maar dit onderdeel is landelijk in discussie. In afwachting van de uitkomst vraagt dit om een lokale keuze. Op basis van het landelijk beleid betalen meerpersoonshuishoudens (< AOW-leeftijd) bij een woningaanpassing ten behoeve van een minderjarige geen eigen bijdrage. Een eenpersoonshuishouden met een minderjarig kind zou in hetzelfde geval wél een eigen bijdrage moeten betalen. Dat is niet eerlijk en voelt als rechtsongelijkheid.

Advies van Zedje:
Geen eigen bijdrage opleggen bij woningaanpassingen t.b.v. minderjarigen.

6. Bepalen voor welke algemene voorzieningen waarbij sprake is van een hulpverleningsrelatie een eigen bijdrage van toepassing is

Toelichting:
Het abonnementstarief is alleen van toepassing op algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. Daarvan is alleen sprake onder de volgende voorwaarden:

  •  Er is sprake van persoonlijke hulpverlening (arbeid is daarbij de grootste kostenpost)
  •  Er is continuïteit tussen cliënt en hulpverlener
  •  Er is sprake van langdurig gebruik


Hierbij kun je denken aan deelname aan inloopvoorzieningen maar ook op ondersteuning vanuit het sociaal team. Het is niet wenselijk hierop het abonnementstarief van toepassing te verklaren. We willen juist investeren in algemene voorzieningen en geen onnodige drempels opwerpen die mogelijk kunnen leiden tot zorgmijdend gedrag.

Advies van Zedje:
Geen algemene voorzieningen aan te wijzen die onder het abonnementstarief vallen.

7. Wel/niet kiezen om het collectief vervoer in de verordening uit te zonderen van het abonnementstarief.


Toelichting:
Op grond van de bestaande verordening is het collectief vraagafhankelijk vervoer (Molenhopper) uitgesloten van een eigen bijdrage via het CAK. Wel betalen gebruikers een ritbijdrage aan de vervoerder. Deze bijdrage komt overeen met de kosten voor het openbaar vervoer. Er is geen aanleiding om de ritbijdrage onder het regime te brengen van het abonnementstarief.

Advies van Zedje:
Het collectief vraagafhankelijk vervoer uit te zonderen van het abonnementstarief.

8. Beoordelen of de contracten met de aanbieders aangepast moeten worden als gevolg van de wijzigingen in het berichtenverkeer.

Toelichting:
Per 2020 worden gegevens alleen door gemeenten aan het CAK geleverd en niet langer door de zorgaanbieders. De regio AV- gemeenten hebben deze afspraak al eerder gemaakt met zorgaanbieders en verwerkt in de bestaande overeenkomsten. Aanpassing van de contracten is daarom niet nodig.
Er zijn geen specifieke groepen aan te wijzen in relatie tot de keuzes. Resumerend wordt opgemerkt dat de gemeente iets kan betekenen voor inwoners met een inkomen onder de 120% en de Wmo-cliënten met een Pgb. De 120% groep heeft geen voordeel bij de invoering van het abonnementstarief. Voor hen verandert er eigenlijk niets.
Vraag was daarnaast of de eigen bijdrage voor zintuigelijk gehandicapten anders is.
Oproep werd gedaan om bestaande cliënten te ontzien. Hou er ook rekening mee dat er voor inwoners van voormalig Molenwaard al iets verandert wat betreft de bijdrage voor scootmobielen en aangepaste fietsen (harmonisatie Molenlanden).

Stand van zaken op:
20 september 2019

"wordt vervolgd".

 

Copyright © 2020. Stichting Platform Gehandicapten Zedje.